De MSI zal het gebouw voor LE CHAT cartoon museum bouwen

22 november 2018
De toekomstige ligging van het LE CHAT cartoon museum. © sau-msi.brussels (P.Sa.)Plan van de toekomstige ligging van het LE CHAT cartoon museum. © sau-msi.brusselsSimulatie van een bovenaanzicht van het toekomstige gebouw vanuit het Warandepark. © Atelier Pierre HebbelinckDe toekomstige ingang van LE CHAT Cartoon museum. © sau-msi.brussels (Reporters)LE CHAT cartoon museum aura une cafeteria  avec une magnifique sur le centre-ville et le Parc de Bruxelles. © Atelier Pierre Hebbelinck

De minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Rudi Vervoort, en de tekenaar Philippe Geluck ondertekenden een samenwerkingsovereenkomst voor de bouw en de exploitatie van het toekomstige LE CHAT cartoon museum, vlakbij het Koninklijk Paleis en het Warandepark.

Zij presenteerden samen met de architect Pierre Hebbelinck het architecturaal ontwerp van het gebouw, dat de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (sau-msi.brussels) zal bouwen om LE CHAT cartoon museum in onder te brengen. (De brochure kan hier gedownload worden)

Nieuwe troef voor Brussel

Minister-president Rudi Vervoort lichtte het project als volgt toe: “Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest realiseert in 2023 een ambitieus cultureel project op een plek vol geschiedenis, in het hart van een zeer geliefde wijk bij Brusselaars die houden van cultuur en erfgoed, evenals bij bezoekers uit België of het buitenland.” De Brusselse regering heeft besloten om op de site van het Bip – Huis van het Gewest in de Koningsstraat plaats te bieden aan LE CHAT cartoon museum, een idee van Philippe Geluck.

De Maatschappij voor Stedelijke Inrichting bouwt hier een hedendaags, moduleerbaar gebouw, met respect voor het omringende erfgoed. Het ontwerp van architect Pierre Hebbelinck is nauw afgestemd met Monumenten en Landschappen, de vzw Kunstberg en de aanpalende instellingen.

LE CHAT cartoon museum zal circa 4.000 m2 bruto-oppervlakte beslaan, verdeeld over 7 verdiepingen, waarvan 4 boven de grond. Na de bouw zal deze nieuwe culturele instelling toegankelijk zijn via de met twee leeuwen geflankeerde poort aan de Koningsstraat 6, de ingang van de Cour des Lions van het Bip.

De MSI hoopt de aanvraag voor de stedenbouwkundige vergunning in te dienen in 2019, het bouwproject te starten in 2020 en te voltooien in 2022, waarna het team van Philippe Geluck de binneninrichting op zich zal nemen voor een geplande opening van het museum in 2023.

Rudi Vervoort onderstreepte: “LE CHAT cartoon museum vormt een mooie aanvulling op het visitekaartje van het Bip – Huis van het Gewest, dat nu al plaats biedt aan de permanente tentoonstelling experience.brussels, het kantoor van visit.brussels, een grote interactieve maquette van het gewestelijk grondgebied en diverse eenmalige en terugkerende activiteiten, zoals de wekelijkse vergadering van de gewestregering.”

Droom van een jongen uit Brussel

Voor Philippe Geluck is het museum “de vervulling van een droom van een jongen uit Brussel, die graag met zo veel mogelijk mensen deze typische Brusselse mentaliteit en zijn droom van broederschap wil delen.” Hij wijst erop dat “Brussel de derde cartoonstad van Europa wordt (na Londen en Bazel), maar de grootste als je kijkt naar de omvang van het project.”

De tekenaar legt uit dat LE CHAT cartoon museum “een unieke plek wordt ter ere van de meesters van de stripkunst en het populairste dier ter wereld. Het zal bestaan uit drie grote delen. In de eerste plaats geeft het museum via continu vernieuwde werken een overzicht van vier decennia uit het leven van Le Chat, in allerlei vormen: tekeningen, schetsen, platen, posters, schermen, sculpturen en voorwerpen; maar ook pictorale getuigenissen van de bewondering van de kunstenaar voor beroemde collega’s, zoals Rubens, Picasso, César en Soulages.  Daarnaast toont het museum werken van grote cartoonisten en jonge talenten: Sempé, Chaval, Siné, Steinberg, Gary Larson, op internationaal vlak, maar net zo goed Kroll, Demoor, Herr Seele en Kamagurka uit België, via groots opgezette solotentoonstellingen van zes maanden".

Ook zal LE CHAT cartoon museum tijdelijke ruimtes openen die speciaal gericht zijn op leerlingen van scholen, bijvoorbeeld over wetenschap, filosofie, Frans of kunst.

Insluiting en overleg

Architect Pierre Hebbelinck, die de MSI selecteerde via een openbare aanbesteding, tekende een hedendaags ontwerp, dat ingeklemd zal liggen tussen het Bip en het Bozar. Gezien de ingesloten ligging tussen beschermde gebouwen, op een locatie waar meerdere historische lagen van het land te vinden zijn, heeft de MSI veel overleg gepleegd met de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, maar ook met de vzw Kunstberg.

Het toekomstige LE CHAT cartoon museum ligt eveneens op een soort kruispunt tussen een aantal publieke en/of culturele instellingen. De MSI heeft daarom meteen vanaf het begin contact opgenomen met deze instellingen om ervoor te zorgen dat de ingrepen in de ruimte optimaal zijn en ook ten goede komen aan die instellingen. Zo creëert het ontwerp een nieuwe verbinding tussen de ondergrondse archeologische resten en de rest van het museumparcours op de begane grond, die onder meer de toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers zal verbeteren. Ook worden er ondergrondse verdiepingen gemaakt onder het toekomstige LE CHAT cartoon museum, waar Bozar zijn opslagruimte kan uitbreiden, met een directe toegang tot deze verdiepingen via de Henry Le Boeufzaal.

De MSI zal 9,38 miljoen euro investeren in de casco-oplevering van het moduleerbare gebouw, terwijl Philippe Geluck de volledige binneninrichting zal financieren voor een bedrag van 4,5 miljoen euro, met de steun van zijn mecenassen en privésponsors. De tekenaar zal tevens een reeks van zijn persoonlijke werken schenken ana het Brussels Gewest. En Bozar zal de 2,3 miljoen financieren voor het creëren van de ondergrondse ruimtes.

Hedendaags instrument in een historische schatkist

Pierre Hebbelinck ontwierp “een instrumentaal museumgebouw, dat functioneel en moduleerbaar is” voor de openbare aanbesteding die de MSI had uitgeschreven. Hij nam eraan deel om een aantal redenen: ”Het feit dat je werkt op een heel specifieke locatie waar de herinnering van Brussel verankerd ligt. De historische neerslag is daar heel rijk door de buitengewone concentratie van historische lagen. Het idee dat je werkt aan een cartoonmuseum in het algemeen en dat van Philippe Geluck in het bijzonder. De vruchtbare kruisbestuiving die de relatie tussen deze twee elementen kan opleveren. Het vooruitzicht om een nieuw gebouw te kunnen ontwerpen op deze plaats, een kans die zich maar één keer om de vijftig of honderd jaar voordoet. De complexiteit ook, want het is een uitdaging en daar houden we van! De culturele thematiek, met de mogelijke onderlinge verbindingen tussen de culturele instellingen. In een periode waarin cultuur een echte uitdaging is, maar waarin de budgetten verminderen, kun je door verbinding, door samenwerking, de mogelijkheid openen om een nieuwe cultuur te creëren en schaalvoordelen te genereren. We hebben dus van het begin af aan voorgesteld om de kans te grijpen om de naburige instellingen te verbinden. Die kans wordt geboden door dit niervormige perceel, dat als niet-beschermd gebouw geïsoleerd ligt tussen allemaal beschermde gebouwen. We zagen al snel de mogelijkheid om de interne afstemming van het ontwerp op te lossen en tegelijk de stedenbouwkundige kwaliteit en het potentieel van de aanpalende instellingen te vergroten. Dat alles gaf ons veel zin om onze capaciteiten in te zetten ten dienste van dit project.”

Pierre  Hebbelinck onderstreept: “Mijn grote hoop is dat onze intensieve samenspraak met de Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen, de vzw Kunstberg en de naburige instellingen zal leiden tot een uitgebalanceerd ontwerp, dat niet alleen op een zeer respectvolle manier ingrijpt in de ruimte met zijn volumes en zijn verbindingen, maar ook meer betekenissen zal blootleggen, doordat de voorbijgangers zich realiseren dat op deze donkere, onbekende, ongebruikte, verkommerde plek iets nieuws komt, dat licht, levendig en bruisend is, in een goede verstandhouding met de naburige gebouwen.”

Meer informatie over